bulletin 20

27 maart 2012 


2e Pro forma zitting
Op 26 maart is de 2e pro forma zitting gehouden bij de Rechtbank in Amsterdam. De uitkomst hiervan is, dat alle 3 de verdachten dinsdag 27 maart om 9 uur op vrije voeten komen. Zij mogen berechting in vrijheid afwachten. Voor Frank Laan en Dennis Moens betreft het een opschorting van de voorlopige hechtenis. Zij moeten hun paspoort inleveren en zich wekelijks melden. Koen Blom
wordt zonder voorwaarden in vrijheid gesteld. Wij weten nog niet wat de gevolgen zullen zijn en welke invloed het zal hebben op de bestaande verhoudingen. 


Kort geding tegen het Openbaar Ministerie
Dennis Moens heeft sinds enkele weken een nieuwe advocaat. Dat heeft er toe geleid, dat de aan SPQI beloofde medewerking om 
aan de in beslag genomen gelden te komen, niet is geeffectueerd. Wij hopen dat de opschorting van de voorlopige hechtenis daar 
verandering in brengt. Onze advocaat doet een hernieuwde poging. 


Uitgangspunten bestuur
Wij attenderen U er op, dat de uitgangspunten bestuur, die aan het slot van elk bulletin worden opgenomen, zijn uitgebreid. 


Voorstel Belgische intermediairs
In België is een initiatief genomen om participaties te collectiviseren in een maatschap. De essentie is, dat participanten hun eigendomsrecht op hun aandeel in de polis overdragen aan een pool van polissen van de maatschap. Het bestuur van SPQI heeft
op 26 maart een bijeenkomst gehad onder andere met de heer Jan de Schepper (de initiatiefnemer van het voorstel). Onze adviseur Jesse Kaptein was daarbij eveneens aanwezig.
Wij hebben toezeggingen gekregen, dat het plan op een aantal punten wordt gelijkgetrokken met de bestaande plannen/huidige visie van SPQI: 

                         *De formulering van de omvang van de benodigde middelen, die de participanten moeten storten.
                         * Aanpassing van de wijze van bepaling van de inbreng (geen waardekorrektie per polis)
                         *Kanttekeningen bij de prognose van de resultaten. 


Een aantal punten staat nog open in de beoordeling door SPQI: 

                        *Er ontbreekt nog een indicatie van de kosten van het plan. 
                        *De controle op de geldstromen dient goed geregeld te worden. 
                        *In de Raad van bestuur dient voldoende deskundigheid aanwezig te zijn.  Verkiezingen garanderen dat niet.
                        *De juridische oplossing van het Belgische voorstel middels een maatschap zal SPQI door een advocaat laten
                         beoordelen. De overdracht van de participatie is bijvoorbeeld (wellicht) strijdig met de statuten van de CLSF en BGI
                         stichtingen.

                        *De rechtsvorm “maatschap” betekent, dat participanten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de eventuele verplichtingen
                         en schulden van de maatschap.
                        *Er dient te worden onderzocht wat de eventuele fiscale gevolgen kunnen zijn voor buitenlanders (zoalsNederlanders).
                        *Een paar verschillende rekenvoorbeelden toevoegen voor vroege en late CLSF en BGI polissen om de werking
                         duidelijk te maken.
                        *Er dient nog contact te worden opgenomen met de FSMA (de Belgische tegenhanger van de AFM).

SPQI is positief en wil gezamenlijk trachten tot een voorstel te komen dat zij ook actief zal ondersteunen. 


Collectiviseren
Collectiviseren heeft als groot voordeel, dat men niet op de uitkering van één polis wacht, maar meedeelt in de uitkering van vele 
polissen. De ontvangen uitkeringen worden in eerste instantie aangewend om premies voor de polissen te betalen.Participanten krijgen
hierdoor de redelijke zekerheid, dat nog (waarschijnlijk) slechts een paar jaar premie moet worden betaald en dat het risico van de investering wordt beperkt. Zie tevens de uitgebreide toelichting op collectiviseren in bulletin 19. 


Juridische basis
De juridische basis om de gehele portefeuille van polissen te collectiviseren is zeer complex. De kracht van het Belgische voorstel is, 
dat de benodigde unanimiteit van alle participanten per fonds (geregeld in de statuten van CLSF of BGI stichting) wordt omzeild. Echter 
de volle voordelen van collectiviseren kunnen pas worden bereikt, wanneer iedere participant meedoet. Op vrijwillige basis lijkt dat 
onhaalbaar. Om dit toch te bereiken langs juridische weg zal door SPQI worden onderzocht. Dit zal echter de nodige tijd vragen.                                                                 
Het zou het beste zijn als de trustee tot collectiviseren besluit. 


Berekening inbreng per participant in de maatschap
De berekening van de deelname van een participant in de pool van de maatschap zal plaatsvinden op basis van de ingelegde gelden –
en dat kan per polis verschillen naar gelang de IRR en timing/grootte van de premies verschillen. Als peildatum heeft men gekozen
voor 1 oktober 2011. De rentevoet voor de berekening is 5 %. Er wordt rekening gehouden met de extra betaalde premies betaald vanaf 1 oktober 2011. Bij de berekening van de deelname wordt een correctie op de ingelegde gelden toegepast waarbij rekening wordt
gehouden met de reeds verstreken looptijd. 


Resultaat van collectiviseren
De resultaten van collectiviseren zullen bij elke oplossing nagenoeg gelijk zijn. Op basis van nacalculatie worden, na aftrek van 
premies en kosten, de opbrengsten van de polissen naar rato van de inbreng onder de participanten verdeeld. Bij commerciële 
aanbieders van collectiviseren gaat hun vergoeding van onze opbrengsten af. De prognose van wat uiteindelijk de participanten er aan 
over houden is zeer complex. Wanneer we uitgaan van de nieuwe tegenvallende levensverwachtingen komt de prognose uit op de 
onderkant van de bandbreedte. De schatting door SPQI (waarbij zij rendementsvereisten gebruikt die lager liggen dan in de markt 
momenteel gangbaar zijn) daarvan komt uit op circa 30 % van de verzekerde waarde. Een optimistische schatting komt uit op 
maximaal 50 %. Deze prognoses zijn geen contante waarde; de opbrengsten worden gedurende de looptijdontvangen. Voor haar 
berekeningen gebruikt SPQI de werkelijke polis informatie en nieuwe levensverwachtingen. De berekeningen zijn uitgevoerd met ons 
model TOHP. Het model is hiervoor aangepast aan collectivisering. Jan de Schepper heeft zijn berekeningen gemaakt op basis van 
Amerikaanse sterftetabellen voor blanken, waarbij alleen in een optimistisch scenario (3 polissen van gemiddeld $ 5 mio keren het 
eerste jaar uit) de (initiële) lening van 5% aan de maatschap zal volstaan. 


Andere oplossingen
Het collectiviseren in een maatschap staat geen andere oplossing in de weg. Indien er alsnog een beter voorstel komt (bijvoorbeeld met 
premiefinanciering), zal de maatschap als één participant mee doen in dat voorstel. Met name het punt van de premiefinanciering is
voor veel participanten belangrijk. Een andere mogelijkheid zou zijn, dat men de maatschap weer ontbindt, als er een beter voorstel is. 


Voorstel SPQI
Indien SPQI onverhoopt niet volledig achter het Belgische voorstel kan staan,
(of er bijvoorbeeld juridische/regelementaire/praktische/fiscale redenen zijn dat niet alle belanghebbenden ondergebracht kunnen
worden in een Belgische maatschap) zal SPQI op korte termijn een vergelijkbaar voorstel uitbrengen. Het door SPQI al in oktober 2011
gepresenteerde model TOHP is eveneens gebaseerd op een cumulatief preferente lening (bijvoorbeeld in 2 termijnen te voldoen).
De deelname per participant zal worden bepaald op basis van de investering inclusief extra betaalde premies. SPQI zal uitsluitend de
werkelijke kosten ten laste van de pool brengen. SPQI zal voor dit initiatief een vergunning dienen aan te vragen bij de AFM. In de
statuten van SPQI is een dergelijke oplossing al bij oprichting geregeld.                                                             

SPQI heeft in haar computermodel TOHP de meest recente/beschikbare polis informatie inclusief de nieuwe levensverwachtingen. Met 
het model rekenen wij door wat haalbaar is. Bij collectiviseren gaan wij  voor de berekening van de inbreng van een participant uit van 
het bepalen van een contante waarde van de investeringen per participant. Dat is overigens ook de benadering van de Trustee.
Bij BGI-fondsen zal de rentecomponent uit de investering worden geëlimineerd. Hiervoor heeft men een afzonderlijke claim in de
schadeprocedure. Bij collectiviseren zullen (volgens de modellen van SPQI) zal de lening worden aangewend voor de premie van het 
eerste jaar. Waarschijnlijk zal voor de premies van het 2e jaar nog aanvullend een bedrag moeten worden gestort. Naar verwachting is 
de liquiditeit van de collectiviteit in de loop van het 2e jaar toereikend voor de resterende premiebetalingen. Indien het pessimistische 
scenario bewaarheid wordt, dient zelfs voor het 3e jaar nog te worden bijgestort. Wellicht kunnen wij in een later stadium alsnog 
financiering voor de premies aantrekken. Voor de verwachte opbrengst, zie het hoofdstuk “Resultaat van collectiviseren”. 

Dat het tot een gezamenlijk voorstel komt is wenselijk en SPQI heeft de bereidheid zich daarvoor in te zetten.
 

Wie is tegen collectiviseren?
Graag willen weten, wie er tegen collectiviseren in het algemeen is, indien dit plaats vindt op basis van een goed uitgewerkt plan. Laat 
weten of U tegen collectiviseren bent via een reactie naar bestuur@spqi.nl. Graag de email beginnen met uitsluitend “Nee”. Daaronder 
kunt u eventueel (kort) commentaar toevoegen. Reacties graag binnen een week. SVP geen reacties wanneer U vóór collectiviseren 
bent. 


Voorstel Peck
SPQI is tot heden niet naar buiten gekomen met een concreet alternatief, omdat het voorstel waar Mevr.Peck aan werkt 2 belangrijke
pluspunten zou hebben; 

                    *Dekking langleven risico 
                    *Premiefinanciering 

Wij hadden gedacht inmiddels het definitieve voorstel te hebben kunnen beoordelen. Dat voorstel is er nog steeds niet. Ook ons zint
het niet, dat dit steeds wordt uitgesteld. De dekking van het langleven risico schijnt niet haalbaar te zijn. Die dekking blijkt alleen voor 
de bank bestemd te zijn. Met name de premiefinanciering is voor veel participanten van groot belang. 


Update van de website www.adminqi.nl dd 26 maart 2012
Hierbij treft u de belangrijkste informatie aan uit de update, die AdminQI op haar website heeft geplaatst. 

Update oplossing 
Een lange tijd hebben wij geen update geplaatst op deze website, waarvoor onze excuses. Wij weten dat veel participanten de updates
zien als een lifeline naar hun particpatie. Is er de afgelopen weken dan niets gebeurd of hebben de mensen bij AdminQI niet gewerkt? 
Integendeel! Er is de afgelopen week ontzettend hard gewerkt door de trustee en haar achterban om de informatie die nodig is om de 
premiefinanciering in stelling te brengen, bij elkaar te krijgen. Het gaat hier voornamelijk om vereisten die de financier stelt aan de 
aangeleverde informatie per polis. Deze informatie is niet uptodate omdat dit nooit tot de werkzaamheden van de trustee behoorde.
Het achteraf verzamelen van alle informatie neemt altijd meer tijd in beslag! 

Er worden door de verschillende partijen die bij het tot stand komen van de oplossing betrokken zijn besprekingen gevoerd in de USA,
Duitsland, Engeland en Luxemburg. Wij hopen dat u zich kunt voorstellen dat dit de nodige tijd kost. 

Portefeuille 
Tot op de dag van vandaag is de portefeuille nog volledig in tact en zijn er sinds 27 september geen polissen vrijgevallen. Voor bijna 
alle polissen is door de trustee in samenwerking met de providers gekeken hoe de premiebetalingen kunnen worden teruggebracht tot 
het minimum. Dit was noodzakelijk omdat niet alle premies voor het vierde kwartaal 2011 en het eerste kwartaal 2012 zijn ontvangen. 
Hierdoor ontstaat de situatie dat de betalende participanten de investering van de niet betalende participanten de afgelopen maanden 
hebben veilig gesteld. Het lijkter op dat men zich niet realiseert dat premiebetaling de enige vereiste is om een polis (en daarmee de 
achterliggende waarde van de investering) in stand te houden. Er ontstaat hierdoor een oneerlijke situatie tussen de niet betalende 
particpanten en diegene die wel hun bijdragen leveren. Door de niet betalende participanten wordt geen enkel alternatief aangedragen 
hoe de portefeuille wel in stand kan worden gehouden, wel wordt het rechtmatige deel van de portefeuille opgeëist op het moment dat 
de financiering geregeld is. Een vreemde zaak! Ook het feit dat er nog steeds belangengroepen zijn die hun leden voorhouden dat de 
trustee de enige is die contractueel gezien verantwoordelijk is voor de premiebetalingen. Dit is pertinent onjuist! Als er geen geld is om 
de premies te betalen kan de trustee niets anders doen dan toekijken hoe de portefeuille langzaam vervalt. Verder stelt dezelfde 
belangengroep: “Voorts is gebleken dat de premies worden aangewend voor andere polissen dan die van de premiebetalers zelf. Wij 
kunnen u niet adviseren om wel of niet te betalen maar benadrukken wel dat het niet te adviseren is om gevolg te geven aan 
premiebetalingsverzoeken zolang dit niet goed is geregeld en gewaarborgd”. Of ze nu wel of geen advies geven dat weten we niet, het 
feit is dat door de collectivisering van de premiebijdragen zijn alle polissen nog “in force”. De onzekerheid over het feit of de premies 
wel op de juiste plaats terecht komen wordt hiermee ons inziens weggenomen. Kortom, de trustee heeft tot nu toe haar uiterste best 
gedaan om de portefeuille en daarmee uw belang in stand te houden. Wij verzoeken iedereen dringend om de premies voor het vierde 
kwartaal 2011 en het eerste kwartaal 2012 alsnog te betalen. 


2e bijdrage aan SPQI
SPQI heeft in het eerste kwartaal aanzienlijke juridische kosten gehad, zowel in Nederland als in Amerika. Als bestuur weten we nu wat 
onze opties zijn, afhankelijk van de situatie die zich voordoet. Om voorlopig weer voldoende middelen te hebben, zal binnenkort een 2e 
bijdrage worden gevraagd (gelijk aan de 1e bijdrage). 



Uitgangspunten bestuur
De stichting werkt op basis van “Best Efforts” en sluit aansprakelijkheid uit voor haar werkzaamheden en rapportage. De modellen die
 door de commissie worden gebruikt, danwel die de commissie beoordeeld zijn, zijn niets meer dan modellen; de keuze en de kwaliteit 
van de input bepaald voor een groot gedeelte de uitkomsten. De insteek van de commissie is hier altijd conservatief en wij proberen 
alleen met redelijke aannames te werken. Door de specifieke natuur van de beleggingen in levensverzekeringen kan aan modellen niet 
veel meer waarde worden gehecht dan aan een grove indicatie. Geen enkele belegger dient haar keuzes te maken op basis van deze 
modellen, de uitkomsten van analyses of verwachte rendementen/waarderingen. Deze zijn slechts ter illustratie en het is zeer 
waarschijnlijk dat de werkelijkheid in zeer grote mate kan afwijken van de uitkomsten van de modellen. 

De commissie kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de accuraatheid van de informatie die zij verschaft, zeker in het licht van de 
grootte afhankelijkheid van informatie van derden. De commissie probeert om zo goed en snel mogelijk alle relevante data bij beleggers te 
krijgen, maar alle beleggers moeten accepteren dat zij zelf altijd 100% verantwoordelijk blijven voor hun keuzes. 

Copyright SPQI.nl © PVC2017