bulletin 45


12 juli 2013.


Inhoud van dit bulletin:
• Gezamenlijke verklaring SPQI en MQIC

  • • Achtergrond van de gezamenlijke verklaring
  • • Regiezitting QI, 19 juni 2013 (verslag van Jaromir Bugter)
  • • Voortgang lening niet MQIC-leden
  • • Proof of Claim
  • • Nieuwe website SPQI
  • • Oproep leden kascommissie
  • • Correspondentie met SPQI
  • • Uitgangspunten Bestuur


Gezamenlijke verklaring SPQI en MQIC
Hieronder volgt de letterlijke tekst van de gezamenlijke verklaring aan Mevr. Menotte:

Dear Mrs. Menotte,

We, SPQI en MQIC would like to make a mutual declaration in name of all the investors we represent. We hope, as far as it is in your
ability, that you can support the realization of our options and concerns.

Mutual declaration

  1. 1. Parties are in favor of substantive consolidation of all involved entities, with the widest possible range.
  2. 2. Parties ask you to support efforts to improve the market value of the portfolio by upgrading the documentation and recovery of 
        the sold policies. 
  3. 3. For the near future we are in favor of a run-off scenario for the portfolio or of a scenario where the portfolio is combined with some
        other portfolio or any other attractive alternative opportunity, because we believe this is more favorable than a sales scenario. We
        understand you need to keep the option to sell whole or part the portfolio. We would like to be in close contacts with you about
        this matter. In our view, patience makes the value of the portfolio much higher than a quick sales now. We ask you to consider  
        the use of bankruptcy proceeds for premium payments. 
  4. 4. Parties will take efforts to convince its members to contribute to financing of premiums as long as the policies are not sold.
  5. 5. Parties are in favor, that as much as possible legal actions come from the bankruptcy estate.
  6. 6. Parties are hoping for a transition from a chapter 7 bankruptcy into a chapter 11 bankruptcy, although we understand that this will
        not be easy.
  7. 7. Parties hope to establish a good working relation with you in order to realize the highest possible return for investors.


Signed, July 8th 2013

Maatschap QI Collectief Stichting Participantenbelangen QI

Jean-François Lycops Eelco Homan
Chairman of the board Chairman of the Board

Achtergrond van de gezamenlijke verklaring
De belangrijkste reden om tot een gezamenlijke verklaring te komen is, dat Mevr. Menotte recent een aantal malen heeft aangegeven, 
dat ze van plan is de portefeuille van polissen op korte termijn te verkopen. Tevens gaan wij er van uit, dat het invloed heeft, dat 
partijen het op de genoemde punten volledig eens zijn.

Regiezitting Quality Investment 19 juni (verslag Jaromir Bugter)
Op woensdag 19 juni 2013 vond bij de rechtbank in Amsterdam een regiezitting plaats in de strafzaak tegen Moens, Laan, Blom en
QI BV.

Behalve Blom, die net als de vorige keer niet aanwezig was, waren alle verdachten aanwezig en vertegenwoordigd door hun advocaten. 
De advocaat van Blom was overigens wel aanwezig en heeft namens hem het woord gevoerd.

Hieronder volgen – in het kort – de belangrijkste punten die tijdens de zitting aan bod zijn gekomen en het oordeel van de rechtbank
hierop.

1.   Wijziging tenlastelegging
Het OM (vertegenwoordigd door de heer Pouw) heeft gevorderd dat de tenlastelegging op een aantal punten dient te worden gewijzigd. 
De wijzigingen zijn vervolgens toegelicht en de integrale tekst van de tenlastelegging is voorgedragen.

Door Pouw wordt gespecificeerd voor welke bedragen de verdachten zich schuldig zouden hebben gemaakt aan witwassen. Het gaat 
om de volgende bedragen:

           ~  Laan:   USD 17.197.475, EUR 3.015.999 en CHF 328.891
           ~ Moens: USD 20.409.362, EUR 5.865.736 en AED 380.345
           ~ Blom:   USD [???] en EUR 700.051

Door verdachten wordt bezwaar gemaakt tegen de inhoud van de tenlastelegging, in het bijzonder tegen de formulering in de 
tenlastelegging van een specifiek aantal en met name genoemde gevallen van oplichting (in de tenlastelegging worden 10 participanten 
met name genoemd). De verdachten hebben klaarblijkelijk de vrees dat een veroordeling op basis van de tenlastelegging zich mogelijk 
zal uitstrekken tot alle specifieke gevallen en dus slaatt op de positie van alle 1.005 participanten, terwijl niet al deze participanten 
onderdeel zijn van de procedure. Naast het feit dat er 10 specifieke gevallen in de tenlastelegging worden genoemd, worden 46 
participanten als getuige opgevoerd in de procedure. Door de advocaat van Blom wordt erop gewezen dat in geval van een veroordeling 
mogelijk aangenomen kan worden dat oplichting ten aanzien van alle (1.005) participanten bewezen is verklaard en dit vervolgens als dwingend bewijs kan worden gebruikt in een civielrechtelijk procedure.

De verdachten menen aldus dat de dagvaarding niet duidelijk en concreet genoeg is. Zij menen dat het onduidelijk is met betrekking tot 
welke gevallen verdediging moet worden gevoerd. Om die reden verzoeken verdachten dat de dagvaarding (partieel) nietig wordt 
verklaard. Voor het geval dit verzoek niet wordt toegewezen, wordt verzocht alle 1.005 participanten als getuige te horen.

Het OM benadrukt nog dat het hier in feite gaat om een serie van zaken en dat de werkwijze in alle afzonderlijke zaken steeds gelijk is 
geweest. Voor de FIOD is het bovendien onmogelijk alle 1.005 participanten te horen. Praktisch gezien zou dan ook worden voorkomen 
dat alle zaken afzonderlijk worden behandeld.

Door de rechtbank worden de bezwaren van de verdachten van de hand gewezen en de vordering van het OM tot wijziging van 
de tenlastelegging wordt toegewezen.

2.   De rol van de zitting combinatie (verhouding RC en rechtbank) en het horen van getuigen
Vervolgens richt het debat tussen partijen zich onder andere op de te horen getuigen en de vraag of de rechter een beslissing daarover 
van de rechter commissaris (RC) kan heroverwegen. De RC heeft reeds 83 getuigen toegewezen. Het OM wenst echter nog een aantal 
extra getuigen te horen (oa. het horen van alle 46 specifiek in de procedure genoemde participanten als getuige, wat kennelijk niet door 
de RC is toegewezen). In totaal zouden dan 128 getuigen moeten worden gehoord. 
Overigens wordt ook gedebatteerd over de praktische wijze waarop dit aantal getuigen kan worden gehoord. Er kunnen immers maar 
een paar getuigen per dag worden gehoord, zodat het horen van dit aantal getuigen een grote (tijds-) belasting op de betrokken partijen 
zal doen.

De rechter overweegt hierover, dat er geen heroverweging plaats vindt van het oordeel van de RC en dat de getuigen die door de RC 
reeds zijn toegewezen om te horen op de lijst blijven staan. Gelet op de voortgang zal de rechtbank aan de RC de suggestie doen eerst 
een aantal getuigen in een bepaalde categorie en daarna eventueel een besluit te nemen nieuwe getuigen te horen. De verhoren zullen 
in oktober 2013 aanvangen op één dag per week.
Het verzoek van verdachten om alle 1.005 participanten als getuige te horen wordt afgewezen.

Door Laan wordt nog verzocht hem toe te laten bij de getuigenverhoren aanwezig te zijn. De rechter laat dit over aan het oordeel van de 
RC. Laan verzoekt nog een schriftelijke uitwerking van de bandopname van de voorlichtingsbijeenkomst van het OM en de FIOD voor 
participanten in QI aan het dossier toe te voegen. Laan meent namelijk dat het OM en de FIOD participanten zouden hebben aangezet 
om aangifte tegen hem en de overige verdachten te doen en hij stelt voorts dat het OM en de FIOD niet aan haar zorgplicht zouden 
hebben voldaan en dat zij door het arresteren van Laan en de  andere  verdachten mede  de  schade  van  de  participanten  zouden  
hebben  veroorzaakt. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen wegens gebrek aan belang.

3.   Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis
Tijdens de zitting van 26 maart 2012 is de voorlopige hechtenis van zowel Moens als Laan onder voorwaarden opgeheven. 
De voorwaarden hielden in dat zij zich eerst om de week en later om de 2 weken moesten melden bij het politiebureau. 
Ook dienden zij hun paspoort in te leveren.
Moens en Laan verzoeken thans tot opheffing van de voorlopige hechtenis althans tot beëindiging van de voorwaarden van de 
schorsing.

De motivering van Moens is er met name op gericht dat hij is gehuwd met een Braziliaanse vrouw die geen verblijfsvergunning heeft in 
Nederland en Moens als gevolg van zijn beperkingen niet in staat is zijn huwelijk te consumeren. Moens stelt dat hij zich steeds goed 
aan de voorwaarden heeft gehouden, dat niet nader is gebleken dat er gelden zijn en dat er dus geen sprake meer is van vluchtgevaar.

Namens Laan wordt gesteld dat hij weliswaar woonachtig is in Ibiza, maar doordat hij domicilie heeft gekozen bij zijn advocaat voor het 
uitbrengen van dagvaardingen hij zich niet aan de strafzaak zal onttrekken. Door Laan wordt vervolgens een volledig inhoudelijk 
verweer gevoerd dat overigens niet anders is dan zijn verweer in eerdere zittingen. Strekking is dat Laan meent dat hem geen enkel 
verwijt valt te maken en dat bij de huidige stand van zaken geen sprake is van vluchtgevaar althans er geen sprake is van collusie of 
recidive gevaar.

Het OM voert onder meer aan dat het strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO) nog niet is afgerond en dat er nog een aantal zaken 
speelt. Zo zou onder meer niet duidelijk zijn waar een viertal catamarans zich bevinden. Deze hebben een totale waarde van circa USD 
8 miljoen. Niet alleen is niet duidelijk waar deze zijn maar ook is niet duidelijk wat er met de eventuele opbrengst uit de verkoop van 
deze catamarans is gedaan. Volgens het OM is vluchtgevaar nog steeds aanwezig. Er zou bovendien inmiddels een nieuwe organisatie 
zijn opgezet door Moens en Laan met de naam Crystal Life Capital. Volgens het OM is dit in feite een voortzetting van QI. Laan noemt 
het product een sterker product dan dat van QI.

Het OM verwijst nog naar een artikel uit dagblad De Pers van 11 mei 2011. Volgens het OM is niet uitgesloten dat er thans nog steeds 
geld uit de markt wordt gehaald. Het OM acht recidivegevaar dan ook nog steeds aanwezig.

De rechtbank acht de ernstige bezwaren en vluchtgevaar van zowel Moens als Laan nog steeds aanwezig. Mede gelet hierop 
meent de rechtbank dat de schorsingsvoorwaarden van Moens en Laan dan ook gehandhaafd dienen te blijven, met dien verstande dat 
zij zich voortaan eens per 3 maanden dienen te melden in plaats van eens in de 2 weken (was oorspronkelijk elke week).

Voortgang lening niet MQIC-leden
SPQI is hierover nog met MQIC in gesprek. Gezien het voornemen van de trustee om de polissen op korte termijn te verkopen, is een 
lening voornamelijk voor het betalen van premies nu niet realistisch.

Proof of Claim
SPQI heeft met de trustee afgesproken om na de uitspraken door de rechtbank over “substantive consolidation” af te spreken hoe het 
formulier “Proof of Claim” moet worden ingevuld. Na de uitspraak van de rechter is er een termijn van 120 dagen om het formulier in te 
vullen. De uitspraak is eind augustus te verwachten.

Nieuwe website SPQI
SPQI heeft een nieuwe website in ontwikkeling. Het is dan minder kostbaar en eenvoudiger om de website bij te houden. De website 
zal voor een belangrijk deel uitsluitend toegankelijk zijn na inloggen. Hiervoor zal u via de website de benodigde informatie kunnen 
aanvragen. Dit systeem moet er voor zorgen, dat alleen deelnemers toegang tot de informatie krijgen, die hun bijdragen aan SPQI 
hebben betaald.


Oproep leden Kascommissie
Ter controle van onze exploitatie over de periode t/m 31 december 2012 roepen wij een aantal participanten op om zitting te nemen in 
een kascommissie. Tot heden heeft niemand zich gemeld. Graag uw aanmelding via bestuur@spqi.nl .

Correspondentie met SPQI
Wij verzoeken u dringend in uw correspondentie uw deelnemersnummer van SPQI te vermelden. Wij kunnen dan eenvoudiger uw 
gegevens terugvinden.

Uitgangspunten bestuur
De stichting werkt op basis van “Best Efforts” en sluit aansprakelijkheid uit voor haar werkzaamheden en rapportage. De modellen die
door SPQI worden gebruikt, dan wel die door de een SPQI-commissie beoordeeld zijn, zijn niets meer dan modellen; de keuze en de 
kwaliteit van de input bepaalt voor een groot gedeelte de uitkomsten. De insteek van de commissie is hier altijd conservatief en wij 
proberen alleen met redelijke aannames te werken. Door de specifieke natuur van de beleggingen in levensverzekeringen kan aan 
modellen niet veel meer waarde worden gehecht dan aan een grove indicatie. Geen enkele belegger dient haar keuzes te maken op 
basis van deze modellen, de uitkomsten van analyses of verwachte rendementen/waarderingen. Deze zijn slechts ter illustratie en het 
is zeer waarschijnlijk dat de werkelijkheid in zeer grote mate kan afwijken van de uitkomsten van de modellen.

SPQI kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de accuraatheid van de informatie die zij verschaft, zeker in het licht van de 
grote afhankelijkheid van informatie van derden.

SPQI probeert om zo goed en snel mogelijk alle relevante data bij beleggers te krijgen, maar alle beleggers moeten accepteren dat zij 
zelf altijd 100% verantwoordelijk blijven voor hun keuzes.

Copyright SPQI.nl © PVC2017