bulletin 46


1 augustus 2013.

 

Inhoud van dit bulletin:

•Investor Form PCI-Claim zojuist ontvangen

•Mededeling MQIC over SubCon

•Data rechtszitting betreffende SubCon

•MQIC betaalt geen premies meer

•Correspondentie met SPQI

•Uitgangspunten Bestuur

 

 

Investor Claim form PCI

Participanten hebben inmiddels van de PCI-receiver (via het advocatenkantoor Thompson & Knight LLP, uit Dallas) een formulier ontvangen om hun claim in te dienen in het faillissement van PCI. Het claim-formulier, dat SPQI in het voorjaar van 2012 in zeer nauw overleg met haar Amerikaanse advocaat had ontwikkeld, is voor de PCI-receiver en de rechtbank niet acceptabel. Dit ondanks het feit dat hierover direct contact is geweest van de advocaat met de PCI-receiver. SPQI betreurt het, dat participanten weer opnieuw met huiswerk worden opgezadeld. 

 

Iedere participant dient individueel zijn claim in te dienen. De PCI-claim kan dus uitsluitend met dit onlangs uit Amerika aan U toegezonden formulier worden ingediend. U dient dit dus persoonlijk te in te zenden.  Onze aanbeveling is om het formulier met bijlagen per aangetekende te verzenden. Binnenkort ontvangt U van SPQI per email een gedetailleerde toelichting op de invulling van het formulier. U dient per investering in een polis  een afzonderlijk formulier in te vullen. U dient kopieën bij te voegen van de overeenkomst met QI en van alle betalingen en ontvangsten. Maak er gelijk een extra kopie van, want eind september kunt u een maling verwachten voor de indiening van een “Proof of Claim” bij de trustee Mrs. Menotte (na de uitspraak over SubCon).

 

Mededeling MQIC over SubCon

Hieronder treft u de letterlijke tekst aan die MQIC aan de leden van haar maatschap heeft toegezonden:

 

Beste

 

Na enkele snelle opeenvolgende ontwikkelingen in het dossier QI is het een tijd relatief rustig geweest.

Het grote probleem waarmee MQIC worstelde was de onzekerheid over de SubCon-motie van de trustee. Omdat de trustee had toegezegd een eigen motie in te dienen, had MQIC haar motie teruggetrokken, aangezien de motie van de trustee tegenover de rechtbank veel meer gewicht in de schaal legt.

Informeel hadden we wel al de bevestiging gekregen dat de financiële deskundige van het faillissement, de heer Kapila, had geadviseerd voor een verregaande SubCon, maar het bleef wachten op een exacte timing.

Op 16 juli 2013 heeft de trustee dan eindelijk haar langverwachte motie tot SubCon ingediend, waarbij ze niet alleen vraagt om alle vennootschappen en trust samen te voegen als één faillissement, maar waarbij de trustee ook vraagt het advocatenkantoor van Peck (Peck Associates Palm Beach, LLC doing business as Deborah C. Peck, P.A.) mee te betrekken in de SubCon. Dit laatste opent belangrijke perspectieven wat betreft recuperatie op het vermogen van zowel Peck zelf als van andere fraudeurs.

De juiste omvang van de SubCon is een delicate kwestie, aangezien dit allerhande gevolgen kan hebben op de aansprakelijkheidsvorderingen. In deze complexe materie rekenen we op de expertise van de faillissementsadvocaten. Het is daarbij trouwens de visie van MQIC dat aansprakelijkheidsvorderingen zo veel als mogelijk worden gevoerd vanuit het faillissement, waar ook alle beleggers gezamenlijk mee de kosten dragen.

 

De vraag wie welke vordering kan instellen ligt echter niet altijd eenvoudig.

De complexiteit van de hele materie wordt mee bepaald door de eigen plaats die de trustee inneemt in het Amerikaanse recht, en dit in tegenstelling tot het Belgisch of het Nederlands recht.

 

·         In België en Nederland neemt een curator weliswaar de plaats in van de 

          bedrijfsleider, maar als de curator een vordering wil stellen tegen een partij die  

          onrechtmatig zou gehandeld hebben met de vroegere bedrijfsleiders, dan kan 

          deze onrechtmatigheid niet worden tegengeworpen aan de curator, aangezien 

          hij zich op dat moment niet opwerpt als louter plaatsvervanger van de vroegere 

          bedrijfsleider, maar een petje kan opzetten van vertegenwoordiger van de 

          gezamenlijke schuldeiseres. Naar Belgisch of Nederlands recht zal de curator 

          op die manier ook bijna alle aansprakelijkheidsvorderingen zonder probleem 

          kunnen uitoefenen.

·         In Amerika komt de trustee veel meer in de schoenen te staan van de vroegere 

          bedrijfsleider, en kan hij zich niet zonder meer identificeren aan de gezamenlijke 

          schuldeisers. Dit heeft voor gevolg dat, indien de trustee een procedure opstart 

          tegen een partij die gezamenlijk met de vroegere bedrijfsleider onrechtmatig 

          heeft gehandeld, deze partij aan de trustee kan tegenwerpen dat ze (als bedrijf) 

          mee boter op het hoofd heeft en dus geen medeplichtige mee aansprakelijk kan 

          stellen. In een dergelijk geval zal het niet langer de trustee zijn die succesvol 

          kan optreden, maar zijn de gezamenlijke schuldeiseres het best geplaatst om de 

          vordering uit te oefenen.

 

Een belangrijke aansprakelijkheidsvordering die ter sprake is gekomen in het overleg met Mevr. Menotte is het vordering tegen TD-bank. Dit is de bank waarop niet alleen bijna alle beleggers hun centen hebben gestort op de advocatenrekening van Peck, maar ook de rekening waarlangs Peck polissen heeft uitgekeerd, zogezegd omdat PCI tot uitkering was gekomen. Op basis van de beschikbare informatie is TD-bank onzorgvuldig omgesprongen met de controle op deze rekeningen.

 

Hier lijkt het risico groot, indien het faillissement als eisende partij zou optreden tegen TD-bank, dat TD-bank aan de trustee zou tegenwerpen dat de gefailleerde vennootschappen wel zelf aansprakelijk zijn voor de fraude, en dus geen schadevergoeding kunnen eisen.

Daarom is uit het overleg naar voor gekomen dat de gezamenlijke schuldeiseres het best geplaatst zijn om de vordering tegen TD-bank uit te oefenen.

 

Iedereen zal begrijpen dat met 1000 gedupeerden gaan procederen in de VS niet eenvoudig is, mede gezien de kostprijs van dergelijke procedures.

 

Het Amerikaans recht voorziet in dergelijk geval de twee volgende mogelijkheden:

·         Vooreerst kent het Amerikaans recht de class action, te weten een vordering die 

          door één of enkele schuldeiseres wordt ingesteld tegen een aansprakelijke, 

          waarbij echter die eisers optreden als vertegenwoordigers van alle 

          schuldeiseres die zich daarbij willen aansluiten. Halen ze hun slag thuis en 

          wordt de aansprakelijke veroordeeld, dan kunnen alle schuldeiseres die zich 

          daarbij hebben aangesloten mee genieten van de uitkering.

·         Daarnaast is het mogelijk in Amerika te procederen via “no cure no pay”. Het is 

          kwestie een advocatenkantoor bereid te vinden die haar tijd en geld wil 

          investeren in een procedure, en louter betaald wordt op basis van een 

          percentage van het gerecupereerde. Wordt er niets gerecupereerd, dan dient er 

          ook geen ereloon betaald (zodat het advocatenkantoor het volledige risico 

          draagt). Wordt de aansprakelijke echter aansprakelijk gesteld, dan krijgt het 

          kantoor een vergoeding, die aanzienlijk is, aangezien het kantoor ook het risico 

          op zich heeft genomen. Dit ereloon wordt door de rechtbank vastgesteld.

 

MQIC heeft een Amerikaans advocatenkantoor bereid gevonden om een Class action in te leiden tegen TD-bank op basis van “no cure, no pay”. Dit kantoor heeft dus voldoende geloof in het resultaat van de vordering om zelf het risico te nemen. De bal is daarmee aan het rollen. De volgende weken en maanden zullen de verdere voorbereidingen worden getroffen.

MQIC bestudeert nog andere procedures tegen mogelijke aansprakelijken. Voor het jaareinde zijn hier verdere berichten over te verwachten. Gezien de grote complexiteit van de materie is echter een zorgvuldige voorbereiding geboden.

Op het gebied van de premiebetaling heeft MQIC wegens de onzekerheid aangaande de SubCon de premiebetaling voor juli opgeschort.

Nu de SubCon werd  ingediend, is een nieuw overleg aan de gang om na te zien of de voorwaarden voor verdere premiebetaling vervuld zijn.

Op dit vlak moeten we echter vaststellen dat een aanzienlijk aantal leden de bijkomende bijdrage van 2% niet hebben betaald. Hierdoor heeft MQIC niet de financiële middelen om te blijven instaan voor de premiebetalingen.

Begin september zal MQIC daarom een meeting organiseren, waarin het bestuur aan de vergadering zal vragen om akkoord te gaan om de statutaire bepalingen in werking te stellen, met name artikel 1.15, dat voorziet in uitsluiting van de niet betalers.

De niet betalers brengen immers de mogelijkheid voor MQIC om zinvol te onderhandelen met de trustee over de premiebetaling en de uitstel van verkoop in het gedrang en brengen zo alle leden schade toe.

De regels van uitsluiting zijn verder verduidelijkt in art. 7.8 en 7.9, waarin voorzien is dat de uitgesloten leden weliswaar hun recht behouden op uitkering van het saldo, maar dat dit saldo  wordt verminderd met tien procent (10%) en verminderd met de betalingen die de uitgesloten deelnemer niet heeft verricht, verhoogd met een intrest van 9%/jaar.

Gelet op deze zware sanctie wenst het bestuur de leden hierover te raadplegen.

 

Met vriendelijke groeten

 

In NaamMQIC

 

Data rechtszitting SubCon (substansive consolidation)

De data waarop de zitting van de rechtbank over SubCon plaats vindt zijn 23 en 24 september.

 

MQIC betaalt geen premies meer

Wij hebben uit diverse bronnen vernomen, dat MQIC geen premies meer betaald.

De premies nodig in de maand juli zijn niet meer betaald. Daardoor is er voor $ 27 miljoen aan polissen in “grace” gekomen. Bij gebrek aan inzicht in de positie van MQIC kan SPQI dit moeilijk beoordelen. SPQI is bereid om leningen van niet-MQIC-leden te vragen, zodra wij voldoende zekerheid hebben, dat niet ondertussen de polissen worden verkocht. Hierover zijn contacten met Mevr. Menotte.

 

Correspondentie met SPQI

Wij verzoeken u dringend in uw correspondentie uw deelnemersnummer van SPQI te vermelden. Wij kunnen dan eenvoudiger uw gegevens terugvinden.

 

Uitgangspunten bestuur

De stichting werkt op basis van “Best Efforts” en sluit aansprakelijkheid uit voor haar werkzaamheden en rapportage.

De modellen die door SPQI worden gebruikt, dan wel die door de een SPQI-commissie beoordeeld zijn, zijn niets meer dan modellen; de keuze en de kwaliteit van de input bepaalt voor een groot gedeelte de uitkomsten. De insteek van de commissie is hier altijd conservatief en wij proberen alleen met redelijke aannames te werken. Door de specifieke natuur van de beleggingen in levensverzekeringen kan aan modellen niet veel meer waarde worden gehecht dan aan een grove indicatie. Geen enkele belegger dient haar keuzes te maken op basis van deze modellen, de uitkomsten van analyses of verwachte rendementen/waarderingen. Deze zijn slechts ter illustratie en het is zeer waarschijnlijk dat de werkelijkheid in zeer grote mate kan afwijken van de uitkomsten van de modellen.

SPQI kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de accuraatheid van de informatie die zij verschaft, zeker in het licht van de grote afhankelijkheid van informatie van derden.

SPQI probeert om zo goed en snel mogelijk alle relevante data bij beleggers te krijgen, maar alle beleggers moeten accepteren dat zij zelf altijd 100% verantwoordelijk blijven voor hun keuzes.

Copyright SPQI.nl © PVC2017