bulletin 73


16 maart 2017


Inhoud van dit bulletin:

Procedure tegen de AFM & de Staat der Nederlanden

Regiezitting 10 maart van de strafzaak tegen Laan, Moens & Blom

Correspondentie met SPQI

Uitgangspunten bestuur


Procedure tegen de AFM & de Staat der Nederlanden
De rechtbank heeft het verzoek van tussenkomst van SPQI in de procedure van MQIC tegen de AFM en de Staat afgewezen omdat SPQI naar het oordeel van de rechtbank niet wordt benadeeld als zij niet aan deze procedure kan deelnemen.

Er zal nu binnenkort een afzonderlijke dagvaarding worden opgesteld voor SPQI naar het model van de MQIC dagvaarding, maar toegespitst op SPQI en met inachtneming van de verweren van de AFM/Staat op de dagvaarding van MQIC; die verweren zijn inmiddels bekend. 

In aanvulling op de ingediende aanmelding voor de procedure zal een stuk worden opgesteld, dat de procedure tegen de AFM én de Staat is. De deelnemers aan de SPQI-procedure dienen dit stuk binnenkort nog te tekenen.

Mogelijk zullen de procedures van MQIC en SPQI in een later stadium (zoveel mogelijk) gelijktijdig worden behandeld. Wellicht zal de Rechtbank hier zelf het initiatief toe nemen of onze advocaten.


Regiezitting 10 maart van de strafzaak tegen Laan, Moens & Blom
SPQI was vertegenwoordigd door Eelco Homan, Pieter Schaffels en Mr. Robert van Herwaarden. Namens MQIC was Mr. Rogier Meijer aanwezig. Het verslag over de zitting is van de hand van Mr. Robert van Herwaarden. 

Hoofdpunten regie in strafzaak zijn:

1. Uitbreiding tenlastelegging middels toevoeging van de delictsomschrijving VERDUISTERING aan de huidige tenlastelegging. Dit geeft het
Openbaar Ministerie een bredere grondslag om tot een bewezenverklaring door de rechter te kunnen komen.

2. Onderzoekswensen vanuit OM en/of de verdediging. Dit betreft nadere stukken en/of getuigen die nog voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting (de zitting dus) zouden dienen te worden ingebracht tijdens het gerechtelijke vooronderzoek (gvo).

3. De voorlopige hechtenis van de verdachten Laan en Moens, voorwaarden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis, schorsing van de voorlopige hechtenis.

4. De positie en wensen van de benadeelde partij(en) die zijn gevoegd in de strafzaak.

5. Planning / agenda vervolg zaak.


Ad 1.: De verdediging van alle drie de verdachten voeren gemotiveerd verweer tegen de uitbreiding van de tenlastelegging met verduistering. De verdediging zou in haar belangen geschaad worden door deze uitbreiding toe te laten en dit zou tot een veelheid aan nader onderzoekswensen in het gvo aanleiding geven. De rechtbank beslist dat de uitbreiding van de tenlastelegging toelaatbaar is.

Ad 2.: De advocaat van Blom vordert in verband met de uitbreiding van de tenlastelegging met verduistering, het horen van een 1000-tal getuigen teneinde te kunnen vaststellen of (ook) verduistering (niet) voor alle deelnemers aan QI bewezen verklaard kan worden. Verduistering is een andere kwalificatie en daarop was tot nu toe niet of onvoldoende het onderzoek in het gvo (de getuigenverhoren) gericht.

Deze vordering is door de rechtbank afgewezen.

De advocaat van Laan vordert volledige afgifte van alle dossierstukken, fysiek en digitaal, van het dossier van de AFM uit het onderzoek destijds naar de gang van zaken bij QI. Zijn stelling is dat een deel van het dossier waarop de aanklager zich baseert ter zake oplichting, door het OM is ingezien, vervolgens zou zijn teruggestuurd of afgegeven aan de AFM en dat de verdediging dat deel van het strafdossier nimmer heeft kunnen inzien. Hier is verwarring over en niet is vastgesteld dat de verdediging een deel van dit dossier niet zou hebben kunnen bestuderen. 

De rechtbank wijst het verzoek van de advocaat van Laan af. 

Uit de discussie blijkt, dat de FIOD op basis van het dossier dat van de AFM wordt ontvangen in februari 2009 het wel nodig vond een nader onderzoek in te stellen naar QI en de AFM niet! 

De advocaat van Moens vordert het alsnog horen van een extra, voor hem vermeend ontlastende,  (kroon)getuige in verband met de geldstromen en financien bij Watershed in de Verenigde Arabische Emiraten. Eerder was deze getuige opgeroepen doch niet verschenen.

De beslissing op dit verzoek wordt nog aangehouden teneinde Moens in de gelegenheid te stellen om voor de volgende zitting de betreffende getuige zelf op te trommelen.


Ad 3.: De voorlopige hechtenis van verdachte Laan wordt na pleidooien wegens goed gedrag van Laan geschorst zonder de eerder daaraan verbonden voorwaarden van reisverbod en inleveren paspoort. Ten aanzien van de verdachte Moens blijven de voorwaarden verbonden aan diens schorsing van kracht, met name omdat Moens onjuiste verblijfsadressen / contactgegevens heeft opgegeven in een eerdere fase van het gvo.

Ad 4.: De raadslieden van SPQI en MQIC persisteren bij het willen indienen van een benadeeldenvordering. Er wordt om enige toelichting gevraagd en gegeven ter zake de aantallen participanten en de organisatievorm- en graad en de vertegenwoordiging van de participanten in rechte. De ontvankelijkheid van de benadeeldenclaim zal een formeel punt blijven ter beoordeling. De beslissing hierop zal door de rechtbank niet eerder worden genomen dan op de volgende zitting. Voorafgaand zal de raadsman van SPQI en MQIC schriftelijk een zienswijze indienen, waarin de ontvankelijkheid opnieuw zal worden bepleit (zoals dat eerder mondeling tijdens regiezitting in 2013 is geschied door mr. Van Herwaarden). Reeds bekend is dat de verdediging van de verdachten zowel als het Openbaar Ministerie van mening zijn dat de benadeeldenclaim te ingewikkeld zou zijn voor beoordeling in het kader van de strafrechtelijke procedure. Gemotiveerd is dat niet.

De ontvankelijkheidskwestie is mogelijk mede van belang voor de effectiviteit van de beslagen die er internationaal zijn gelegd op bezittingen van de verdachten en QI en diverse met hen verbonden vennootschappen en/of entiteiten.

Overigens blijft in alle gevallen een (aparte) gang naar de civiele rechter mogelijk doch het strafrechtelijke vonnis is een zwaarwichtig (voor de rechter dwingend) bewijs in een civiele procedure. Indien oplichting van alle deelnemers/inbesteerders bewezen wordt verklaard, zal een civiele procedure vele malen eenvoudiger zijn te winnen dan bijvoorbeeld bij bewezenverklaring van een 10-tal met name genoemde gevallen daarvan.

Indien en voor zover enkel verduistering bewezen zou worden verklaard, maakt dat voor de benadeeldenclaim strafrechtelijk zowel als civielrechtelijk vrijwel geen juridisch verschil, het gaat er immers slechts om dat de ingelegde gelden met rente en kosten worden terugbetaald door de aansprakelijke partij of partijen.

Ad 5.: Nog voor de zomer van 2017 ligt een volgende regiezitting in de planning. Voorafgaand schriftelijke zienswijzen en pleidooien. Op die volgende regiezitting zal tevens worden besloten over de resterende beslispunten en een planning voor de inhoudelijke behandeling van de zaak worden gemaakt met agenda's. De inhoudelijke behandeling zal niet eerder dan in 2018 een aanvang kunnen nemen.


Correspondentie met SPQI
Wij verzoeken u dringend in uw correspondentie uw deelnemersnummer van SPQI te vermelden. Wij kunnen dan eenvoudiger uw gegevens terugvinden. 


Uitgangspunten bestuur
De stichting werkt op basis van “Best Efforts” en sluit aansprakelijkheid uit voor haar werkzaamheden en rapportage. SPQI kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de accuraatheid van de informatie die zij verschaft, zeker in het licht van de grote afhankelijkheid van informatie van derden. SPQI probeert om zo goed en snel mogelijk alle relevante data bij beleggers te krijgen, maar alle beleggers moeten accepteren dat zij zelf altijd 100% verantwoordelijk blijven voor hun keuzes.

Copyright SPQI.nl © PVC2017